Omgeving
   

De omgeving, excursiemogelijkheden

Pamplona en de Sanfermines

De hoofdstad van Navarra is Pamplona. Deze stad is natuurlijk bij velen vooral bekend om de Sanfermines, die door Ernest Hemingway in zijn boek “Fiesta” zijn vereeuwigd. Tussen 6 en 14 juli gaan duizenden bezoekers uit hun bol wanneer de stieren dagelijks door het centrum naar de arena worden gevoerd.   Pamplona heeft vanouds een bestuurlijke en militaire functie, rond de compacte oude binnenstad liggen nog stukken van de stadsmuren en de machtige citadel. Pamplona is vernoemd naar de Romeinse veldheer Pompeius die de destijds Baskische nederzetting in 71 v.C. veroverde. In 589 werd de stad, onder de Visigoten, verheven tot Bisschopszetel. Rond 800 werd het hoofdstad van het onafhankelijke koninkrijk Navarra. In de oude binnenstad ligt het fraaie plein Plaza del Castillo, van de vele cafés is Iruña het bekendste.  Hemingway beschrijft in “The sun also Rises’ hoe de hoofdpersonen vele uren doorbrachten op dit terras. De kathedraal van Santa María Real is een voornamelijk gotisch bouwwerk dat in de 15e eeuw de 12de-eeuwse romaanse kerk verving. In de kerk bevindt zich het mausoleum van koning Carlos III (de Edele) en zijn vrouw Leonoor, een meesterwerk van de Franse beeldhouwer Janin de Lome. In de smalle straatjes en aan de pleintjes is het vooral in de avond druk wanneer jong en oud bar in, bar uit gaan voor een copa en tapas.

De Pyreneeën van Navarra

Hier vindt u groene valleien, bergen die naar het oosten toe steeds hoger worden, uitgestrekte eeuwenoude bossen en mooie landschappen zoals bijvoorbeeld de Baztan-vallei met haar dorpjes met middeleeuwse paleizen. Het Aralar-gebergte, een bergketen doorspekt met dolmens, Roncesvalles, de Selva de Irati, de Roncal-vallei of het Aralar-Urbasa-gebergte. Het groene gebied wordt gekenmerkt door afgelegen boerenhoeves en kleine, oude dorpskernen met smalle keistraatjes. Aan de grens zijn Urdax en Zugarramurdi beroemd om hun prachtige grotten met schitterende stalactieten. In de eeuwenoude bossen leven dieren zoals auerhanen, marmotten, gemzen en zelfs verschijnt de bruine beer er sporadisch.

Selva de Irati

De Selva de Irati is één van de grootste natuurschatten van de Pyreneeën van Navarra. Met een oppervlakte van 17.000 hectare is Irati het grootste beuken- en sparrenbos van Europa. Een netwerk van paden loopt midden door het bos, langs karakteristieke plekken zoals het stuwmeer van Irabia en de kapel van de Virgen de las Nieves. Irati is een enorme, bijna ongerepte groene vlek met twee beschermde gebieden en een integraal reservaat.

Salazar-vallei en Ochagavía

De Salazar-vallei is een berglandschap doorspekt met beekjes van kristalhelder water. In de dorpjes met keistraatjes zijn de steile zadel- en schilddaken van alle woningen die waren bedoeld om de koude winters van een aan de sneeuw gewende vallei te doorstaan opmerkzaam. De meest karakteristieke stad is Ochagavía, waar nog middeleeuwse paleizen, huizen voorzien van blazoenen uit de 18de en 19de eeuw, een middeleeuwse brug en het boven het dorp gelegen heiligdom van Muskilda te bewonderen zijn. In het uiterste oosten van Irati duid de 2.021 meter hoge Pico de Ori op het begin van de hoge bergtoppen van de Pyreneeën.

De Roncal-vallei

De Roncal-vallei is het meest oostelijk gelegen dal van de Navarrese Pyreneeën. Het is een streek van herders en houtvlotters. In Roncal, het dorp waaraan de vallei zijn naam te danken heeft, werd de tenor Julián Gayarre geboren. In Burgui, plaats waar zich het Museum van de Houtvlot (traditionele, van boomstammen gemaakte vaartuigen die vroeger vanaf het noorden van Navarra naar Zaragoza en Tortosa de rivier afvoeren) bevindt, wordt elk voorjaar de Dag van het Houtvlot gevierd. Dit evenement is onlangs uitgeroepen tot Feest van Nationaal Toeristisch Belang.

Het klooster van Leyre

In het oosten van Navarra, aan de grens met Aragón, ligt in de Sierra de Leyre het klooster van Leyre. Het is gesticht door koning Sancho III (1000 – 1035) en had in de Middeleeuwen een belangrijke invloed op het culturele, politieke en godsdienstige leven in Navarra. De koningen hadden een bijzondere voorkeur voor het strategisch gelegen klooster en bedeelden het met steeds meer privileges. In 1835 werd het klooster gesloten en raakte het steeds meer in verval. In 1945 werd een begin gemaakt met restauraties en 9 jaar later keerden de benedictijnen er weer terug, zodat een gedeelte van het complex gesloten is voor bezoek. Er is een sober ingerichte gotische kloosterkerk en een crypte met Romaanse zuilen, bogen en kapitelen.

Foz de Lumbier en Foz de Arbayún

Bijzonder zijn de Pyreneese kloven, die in Navarra foz worden genoemd. De Foz de Lumbier, met wanden die een hoogte van 150 meter bereiken, en de Foz de Arbayún, met een lengte van bijna 6 kilometer en hoogteverschillen tot 300 meter, vormen een paradijs voor dieren zoals gieren, valken, lammergieren, otters, vossen, wilde zwijnen en reebokken.

Camino de Santiago

De hoofdroute van de Camino de Santiago bereikt Navarra via Luzaide/Valcarlos, de poort van Ibañeta en de Collegiale kerk van Orreaga/Roncesvalles, voornaamste doel van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela in de Pyreneeën van Navarra. Op deze plek vond in 778 de slag van Roncesvalles plaats, de historische nederlaag van Karel de Grote die door de Chanson de Roland wordt verhaald. Orreaga/Roncesvalles is een mythische plaats, waar een gasthuis voor pelgrims en verscheidene gebouwen uit de 12de eeuw zijn gevestigd. In het bijzonder bezienswaardig zijn de collegiale kerk, het gasthuis, de abdij, de kloostergang, met de graftombe van koning Sancho VII el Fuerte en de kapittelkamer. Aan de gerestaureerde collegiale kerk, in Frans gotische stijl, valt vooral het overheersende beeld van de Heilige Maagd van Roncesvalles (14de eeuw) op.

Olite

Olite ligt 47 kilometer ten zuiden van Pamplona en heeft circa 3.000 inwoners. Het is een mooi stadje met een prachtige middeleeuwse kern. Die heeft het dankzij koning García Ramírez die Olite in 1147 privileges verleende waardoor het zich kon ontwikkelen als marktstad en militair steunpunt. Al spoedig werd Olite een welvarende handelsstad die regelmatig werd bezocht door de koningen van Navarra, voor wie een Palacio Real ter beschikking stond. Om te voorkomen dat Napoleón het paleis in bezit zouden nemen word het in het begin van de 19e eeuw in brand gestoken. Vanaf 1925 werk het kasteel gerestaureerd. In het oude gedeelte is nu een Parador gevestigd, het nieuwe paleis is te bezoeken. Het stadje heeft verder een aantal fraaie pleinen en de gotische “Iglesia de Santa Maria’ met een rijk bewerkt voorportaal. In de omgeving van Olite liggen nog een aantal middeleeuws stadjes zoals Ujué en Artajona, die een bezoek meer dan waard zijn.

Bárdenas Reales

Ten zuidoosten van Olite ligt het Parque Natural de la Bárdenas Reales, een uitgestrekte halfwoestjn die je niet direct in dit gedeelte van Spanje zou verwachten. Het natuurpark is circa 41.500 hectaren groot en wordt doorkruist door grotendeels onverharde wegen. Een goed uitzichtspunt is de Monte Yugo (498 meter) bij de gelijknamige kapel, die te bereiken is vanaf het dorp Arguedas, 13 km ten noorden van Tuleda) Het meest spectaculaire gedeelte is de Vedado de Eguaras rond de ruïne van het Castillo de Peñaflor, een oase temidden van het grillige, geërodeerde landschap.

Vraag een vrijblijvend voorstel voor deze reis aan

 
 
 

Tip een vriend