Portugal op maat

Reis naar Portugal van 2-20 juni 2013

Wat ons vooral bij zal blijven

Weer thuis na een 18 daagse reis naar Portugal, een bijzonder en mooi land vol contrasten. Parkachtige landschappen, ruige hoogvlakten, groene wijngaarden op terrassen langs rivieren, gele bergen, rustige wegen, bijna verlaten tolwegen. Voor veel Portugezen is de benzine te duur, tol kostbaar, vooral nu de recessie het land in haar greep heeft, dus wordt er maar weinig gereisd. Keienweggetjes door stadjes en dorpen, die nu eens welvarend zijn, en dan weer bijna uitgestorven op enkele bejaarde inwoners na. Gezellige terrasjes, chique winkelstraten met kooplustigen en bedelaars. Indrukwekkende kastelen, rijkversierde kerken en paleizen, uitgestrekte moderne industriegebieden, maar ook verdedigingswerken en ruines die getuigen van vroegere strijd en glorie, lege fabrieken en huizen die staan te verkrotten. Van snelstromende bergbeekjes, de rivieren Taag en de Douro met grootse estuaria tot stranden met hoge golven en huizen op enkele meters van de vloedlijn, rotspartijen met afbrokkelende  kliffen en eeuwenoude forten om het land te behoeden voor zeerovers en vijanden. Vogels spotten in de kale, arme grensstreek waar gieren hun jongen voeren met runderkadavers uit Spanje. Kogelronde stenen in de bergen in de Serra da Estrela, geel groen van de uitbundig bloeiende brem en andere wilde planten. Porto en Óbidos zijn  schilderachtig mooi. Braga, Guimaraes en de universiteitsstad Coimbra hebben elk hun eigen charme. Lissabon vinden we een van de mooiste Europese hoofdsteden. Dat we geen Portugees spraken was geen enkel probleem. Engels is als een tweede taal voor jongeren, Frans of Duits bij ouderen.

Comfort, maar ook een paar probleempjes

Onze reis was tot in de puntjes voorbereid door Ardanza, een reisorganisatie die zich na jarenlange ervaring in Spanje sinds kort op Portugal had gericht. We gingen op reis met gedetailleerde info, routebeschrijvingen en vakantietips. Wat een geluk te kunnen profiteren van de ervaring van zulke professionals. Bij vertrek op Schiphol wees Transavia personeel passagiers erop dat iedere passagier, naast max. 20 kg bagage, slechts één stuks handbagage mee mocht nemen. Dat wisten we niet, maar de handtas paste net in de rugzak.

Vanuit de lucht is zichtbaar hoe parkachtig groen en versnipperd het Portugese land is, met dorpen en steden als kronkelende snoeren bebouwing in het groen. Dat in tegenstelling tot de rechte lijnen en waterpartijen van Nederland. Na een goede vlucht landden we op de luchthaven van Porto. Een taxi bracht ons naar het Pestana Hotel Porto in de Ribeira aan de oever van de Douro met zicht op het kolossale klooster dat vanaf de overkant boven de stad uit torent, de beroemde Ponte Luizibrug, door Eiffel ontworpen en waar de voormalige portboten klaarliggen voor een tocht op de rivier. Een gezellige omgeving met koopwaar voor toeristen en een ontelbare terrasjes voor een goede maaltijd met live muziek langs het water en op het plein naast het hotel. We werden in het hotel gastvrij ontvangen met een drankje. De piccolo bracht ons naar een ruime, comfortabele kamer op de 3e verdieping. Helaas geen uitzicht op de Douro, maar op een steeg, waar net tijdens ons verblijf een flink rioolprobleem was. De ontbijtzaal bood wel een prachtig uitzicht over de rivier en de porthuizen aan de overkant. Dankzij een ruime keuze en de prettige bediening had elke dag hier een heerlijk begin.

Porto, schoonheid en de leegstand

Om een goed beeld van een stad te krijgen maken we vaak een bustocht. In Porto brengt de bekende dubbeldekker  je langs de vele kerken, zoals de Igreja de S. Francisco, de Sé Catedral en het bisschoppelijk paleis op de hoogste heuvel van de stad, musea, winkelstraten en de overdekte markt Ferreira Borges, pleinen met beelden, balkons en bomen, de bruggen over de Douro en de porthuizen van Engels firma’s als Sandeman, de kabelbaan en oude trammetjes. Bovendien zagen we ten noorden van de oude stad, grote parken, brede lanen met architectonisch verantwoorde villa’s, het Casa da Musica (Rem Koolhaas), appartementencomplexen en kantoren, zoals dat van  Vodafone.

Het  schitterende weer lokte ons natuurlijk ook de rivier op en te voet de stad door. Een paar goede wandelschoenen zijn onontbeerlijk. Zo liepen we vanuit het hotel zo de Ribeira in, het oudste en meest schilderachtige deel van de stad, dat voorkomt op de Unesco werelderfgoedlijst. Huizen en winkeltjes in pastelkleuren, vaak nog een extra verdieping erop, met uitbouwtjes en balkonnetjes, dicht opeen in steegjes met trappetjes. Ze vragen erom gefotografeerd te worden vanwege hun sfeer, muren met mozaïeken in Delfts blauw, wasgoed wapperend aan de lijn, kloppers op de deur of de chaos van vergane glorie van verlaten en vervallen panden. Bij verhuizing blijft het oude leegstaan, want de strenge veiligheidseisen die uitgevoerd moeten worden, wegen niet op tegen de huuropbrengst. Zelfs een kolossaal, prachtig pand aan de voorname Av. Dos Aliados, waar veel banken gevestigd zijn staat leeg; niet de klanten, maar duiven vliegen in en uit.

Alle banken in Portugal op een enkele na, zijn privé instellingen. Ze behoren toe aan een kleine groep rijke families, evenals supermarkten, kledingconcerns en andere bedrijven, die nauwe banden hebben met hoge ambtenaren en regeringsfunctionarissen. Men verwijt deze kleine elite elkaar de baantjes en (EU)geld toe te spelen. Toen Portugal tot 1910 een koninkrijk was, bepaalde de koning met zijn vertrouwelingen de politiek. Dezelfde kliek ging hier onveranderd mee door tijdens de dictatuur van Salazar en nog steeds is de macht in Portugal in handen van deze families. Daarom heeft de politiek helemaal afgedaan. In gesprekken viel regelmatig het woord corruptie. De bevolking is individualistisch – samenwerken vinden ze lastig. Wij zagen dit bv op de tolwegen, er zijn twee systemen, een met vignetpoortjes een ander met kaartjes en betaalpunten. Soms vlak naast elkaar of door elkaar heen. In ca 20 jaar is een gigantisch wegennet aangelegd, dat overigens zo weinig wordt gebruikt, dat je je afvraagt hoe dat te financieren is. Toerisme is de kartrekker – en er is heel veel moois te zien, want Portugal was ooit een wereldmacht met koloniale rijkdommen, wat fantastische bouwwerken heeft voortgebracht, maar grondstoffen voor de industrie zijn er haast niet, afgezien van port. Fabrieken zijn er nauwelijks, omdat productie van bv textiel, naar goedkopere landen is verplaatst, om meer winst te kunnen maken. Geld, vond en vindt men, is om uit te geven! Dus wordt er gebouwd. Schulden aan de EU vanwege bv infrastructurele verbeteringen en het opzetten van industrieterreinen (die alweer leeg staan) moeten wel worden afbetaald. De rijkste mensen van het land betalen geen belasting dankzij speciale regelingen, de armsten niet omdat ze niets bezitten en de middenklasse is te klein om alles te kunnen ophoesten. Tijd zal het leren hoe en of dat lukt.

De huurauto en terminal 2

Drie dagen lang hebben we de sfeer en de beroemde port geproefd in de prachtige stad Porto. Daar hadden we geen auto nodig. Op woensdag om 10.30 was een huurauto besproken bij Guerin. Die gingen we halen met een taxi. Hoewel onze chauffeur het juiste adres had gezien, leverde hij ons elders in de stad af, bij een concurrent. ‘Tja, die taxichauffeurs in Porto maken er een potje van!’ zei deze en bood aan ons naar het juiste adres te brengen. Helaas zat het niet mee, want er was bij Guerin geen auto voor ons beschikbaar. Pas na ruim anderhalf uur konden we onze reis voortzetten in de beloofde Seat Ibiza die door hun vestiging bij de luchthaven werd bezorgd.  Wel een prettige auto waarin onze nieuwe rolkoffers precies naast elkaar bleken te passen. Goed voor zo’n 2000 km; van Porto naar de Spaanse grens, dwars door de bergen langs de kust naar de eindbestemming Lissabon. door zeer gevarieerd landschap. Soms kwamen we onderweg NL auto’s tegen, maar wij waren gelukkig te hebben gekozen voor een fly-drive – een stuk relaxter. In de stad heb je niets aan eigen vervoer vanwege vooral parkeerproblemen, dus op de avond van onze aankomst in Lissabon hebben we de auto snel weer naar Guerin gebracht. Letterlijk snel, want zo lang het ophalen duurde, zo vlot ging de afhandeling op de luchthaven in Lissabon. Met de metro terug naar het hotel duurde 1 uur. In hotel Brown’s Downtown werd ons geadviseerd met de aerobus naar het vliegveld te gaan (€ 3.50 pp). Er is een bushalte op het plein Rossio, 5 min. lopen van het hotel, en je bent al een half uur later op het vliegveld.

Wel zorgen dat je  op het vliegveld aangekomen nog ca 5 minuten doorreist of overstapt op de bus die naar Terminal 2 gaat, want daar vandaan vertrekken de Transaviavluchten!

Casa Lousada

Na enkele dagen Porto zijn we langs de kust noordwaarts gereisd, naar Lousada. Omdat het matig weer was waren de stranden verlaten. Dankzij de gedetailleerde routebeschrijving van Ardanza en onze iPad TomTom, arriveerden we daar bij Casa Lousada het volgende logeeradres, ca 50 km ten NO van Porto. Handig om te weten dat de weg waaraan de Casa ligt, onlangs een nieuw nummer heeft gekregen: N207-2, Estrada EN207-2, dat al wel vermeld was op een plattegrond van een uitgestrekt gebied rond de Dourovallei, die we op de bezoekersbalie van deze quinta vonden en veel hebben gebruikt op tochtjes.

We kregen de beschikking over de mooiste kamer in een begroeid Hans-en-Grietje huisje met eigen terrasje aan de oprit naar Casa de Lousada, een 16e eeuwse herenboerderij met eigen kapel, tot 20 jaar geleden nog een boerenbedrijf. Kleindochter Ana en haar echtgenoot hebben rond de bedrijfsgebouwen een fantastisch park aangelegd. Hierin is niet alleen een B&B gevestigd, maar er worden ook workshops, portproeverijen en trainingen gegeven. In de tuinderij worden producten verbouwd voor de traditionele Portugese maaltijden voor de gasten.
Vanuit dit comfortabele onderkomen hebben we de steden Guimaraes, de bakermat van het Portugese koninkrijk met een reusachtig kasteel uit de 12e eeuw, en Braga bezocht. Hier staat de Bom Jesus kerk, katholiek centrum van het land, die je bereikt via eindeloze serie trappen, rijk versierd met beelden, mozaïeken en tableaus. We hebben veel  toeristische info over de omgeving gekregen, zoals de Rota do Romanico do Vale do Sousa, een route langs een scala aan romaanse bouwwerken. Een boottocht op de Douro vanuit Pinhaou, door onze gastvrouw Ana aangeraden, ging bij gebrek aan belangstelling (veel wind) helaas niet door, maar de voortreffelijke maaltijd bij DOC op een terras boven de rivier vergoedde veel. Op de ochtend van ons vertrek was er een rondleiding door het historische hoofdgebouw beloofd, waar we heel benieuwd naar waren, maar Ana was druk aan het werk in de tuin en haar man was er nog niet op gekleed…

We troffen bij de maaltijd de enige andere gasten, een Nederlands echtpaar, dat een vergelijkbare reis maakte als wij, al waren zij in Lissabon begonnen. Zij waren, net als wij, vol lof over Ardanza, ook tijdens hun vorige reis door Spanje. Bij thuiskomst vonden wij wel dat onze reis van noord naar zuid historisch logischer is, en qua beleving indrukwekkender, omdat hij naar een climax toe werkt.

Fascinatie

Als je richting Spaanse grens rijdt, gaan de wijngaarden op heuvelachtige terrassen langs de Douro langzamerhand over in olijfgaarden en het kleurpallet verandert van groen in okerbruin, een armer en ruiger land, waar vroeger ooit bossen waren. De natuur heeft er dikwijls vrij spel, wat een rijke scharkering aan bloemen en vogels oplevert. Er staan ruines van burchten uit de tijd dat het jonge koninkrijk met Spanje streed voor onafhankelijkheid. Veel mensen hebben in de loop der jaren uit armoede dit deel van het land verlaten, maar hun huis en erf niet verkocht. Toeval wil dat de Daalderopfabriek in onze woonplaats Tiel indertijd nogal wat arbeiders uit dit gebied heeft aangetrokken. Tegenwoordig trekken jongeren vooral naar Angola voor een hoopvollere toekomst, maar er bleek ook een hele nieuwbouwwijk te zijn in Figuero de Castello Rodrigo, nabij Castello Rodrigo, een authentiek middeleeuws stadje dat op een berg boven het omringende land uitsteekt. Hier hadden wij zelf een B&B gevonden dat gerund wordt door twee biologen, uit de regio afkomstig. Ze hebben enkele huisjes verbouwd tot een aangenaam geheel. De buitenkant had zijn oorspronkelijke karakter behouden, net als de andere gerestaureerde huizen in dit stadje, maar in het complexje waren naast hun eigen woonhuis nog 5 kamers gecreëerd met badkamer en kachel – die in de junikou aangenaam warm was! Verder was er een binnentuin, een grote eetkamer en lounge met prachtige natuurboeken voor gezamenlijk gebruik van de gasten. Parkeren kon vlakbij, aan de rand van het stadje. Ana verzorgt het gezin, de B&B en excursies naar een parque archeologico in de bergen, waar rotstekeningen uit de prehistorie te vinden zijn. Antonio is natuurbeheerder van een uitgestrekt gebied langs de Douro en een zijrivier, die daar de grens met Spanje vormen. Hij nam ons mee in zijn landrover om gieren, bijeneters, hoppen en andere vogels te spotten die er in de bergen nestelen. Tot zijn grote frustratie veroorzaken herders haast wekelijks branden, die in dit dunbevolkte gebied vaak door de Spaanse brandweer worden opgemerkt en geblust. Uit eigenbelang, dat wel, want aan hun kant van de grens liggen enorme bospercelen en veeteeltbedrijven. Het Spaanse erfrecht bepaalt dat de grond zoveel mogelijk in handen van een eigenaar blijft. In Portugal erft ieder kind een deel, waardoor de toch al arme grond steeds verder versnippert en er uiteindelijk  geen middelen van bestaan meer te putten zijn uit. Erg boeiend hoe iemand met kennis en liefde voor zijn vak, cultuur en natuur de vele facetten van zijn land en de tegenstellingen tussen rijk en arm kon belichten. Dankzij zijn internationale contacten gebeurde dat zeer genuanceerd.

Tijdens een fantastische wandeling van ca 3 uur zien we ‘rotstuintjes’, met lavendel, sedum en andere tuinplanten, zo mooi dat we ze wel mee willen nemen. Dat doen we ook. Op foto’s dan wel te verstaan. Na twee overnachtingen gaan we door naar een ander natuurgebied. In het voorseizoen met uitzonderlijk matig weer, ca 15-20 graden, veel wolken en soms regen, is er weinig verkeer, behalve op de N17, waar opeens aardig wat vrachtwagens rijden. De recessie houdt de Portugezen thuis, zelfs tijdens het lange weekend van 10 juni, de nationale feestdag, sterfdag van de grootste Portugese dichter Luís Vaz de Camões (c. 1524 – 1580). Dat heeft zo z’n voordelen, want het lijkt soms of het land van ons is.

De sterren van de hemel

Ardanza heeft voor ons nu een appartement besproken, Quinta Oliveira in de buurt van Oliveira do Hospital in de Serra da Estrela, het Sterrengebergte. ’s Nachts is het hier zo donker dat je oneindig veel sterren kunt zien, vandaar de naam. De huizen zijn groter en goed onderhouden en de wegen goed, want toerisme is hier een belangrijke bron van inkomsten. En uniek in Portugal: er kan geskied worden – er ligt zelfs nog wat sneeuw op de Torre, met 1993 m de hoogste berg van Portugal.  Maar met  slechts een stoeltjeslift oogt het heel eenvoudig.

We zullen vier dagen in deze altijd groene, rustige omgeving zijn, wat goed uitkomt, want onze buiken zijn behoorlijk van slag. Er wacht ons een prettig ruim appartement en we worden helemaal verwend door een zorgzaam NL echtpaar. Als welkomstpakket staat er een mandvol verrassingen, maar de welkomstborrel die wordt aangeboden slaan we even af – dat zal een afscheidborrel worden. Na een dagje niksen bij de quinta met zwembad en sauna knappen we wat op. We koken zelf, wat erg goed uitkomt. Hans en Josephine wassen voor ons en helpen ons weer snel op de been. Zodra het kan, stippelen zij routes voor ons uit door hun prachtige omgeving. Het oude gebergte is bezaaid met kogelronde grijze hunebedstenen, afwisselend rijk bebost of kaal, okerkleurig  of zonnig geel van de brem, die volop in bloei staat – dit jaar enkele weken later dan normaal.

Josephine die journaliste is schrijft voor een maandblad. Haar boeiende artikelen liggen ter inzage, over de geschiedenis van de quinta, hun emigratie naar Portugal, ontmoetingen met de mensen uit het dorp en met landgenoten die net als zij in Portugal een onderneming hebben opgezet. De quinta, aan een beek net buiten het dorp, had in de Romeinse tijd al een olijfoliemolen waar de dorpelingen hun producten kwamen laten bewerken. Langs het pad naar het dorp, waar het gras met de zeis wordt gemaaid, liggen de tuintjes van de dorpelingen. Ze verbouwen er hun eigen groenten en houden er soms een geit of schaap en een hond aan de ketting. Een wandeling naar het dorp lijkt een reis terug in de tijd. Vanuit de kerktoren klinkt ieder half uur een variant op Zie ginds komt de stoomboot – en de oevers van de beek worden verbonden door een middeleeuwse brug. Aan de overkant van de beek hoedt een herder op krukken zijn schaapjes. Een loslopende hond brengt ons als een goede gids naar de brug en weer terug – tot het erf van de quinta dat bewaakt wordt door Aki, de franse herdershond van Josephine en Hans, die we in een korte tijd goed hebben leren kennen. We nemen afscheid alsof we vrienden zijn.

Kuststreken

De zee blijft trekken, dus onderweg naar het een na laatste adres rijden we deels langs de kust. We bezoeken echter eerst Coimbra, dè universiteitsstad van Portugal, aan de rivier de Mondego. In de middeleeuwen was Coimbra de hoofdstad van het koninkrijk. De universiteit werd in 1290 in Lissabon gesticht als studium generale door koning Dinis I, naar Coimbra verplaatst in 1308 en toen koning Juan in 1737 naar Lissabon vertrok, schonk hij de Koninklijke paleizen aan de universiteit. Het is een van de oudste van Europa, een gerespecteerde  staatsuniversiteit, waar strenge toelatingseisen voor zijn. Dat de weg naar de top moeilijk is wordt alweer gesymboliseerd door de lange, brede trap die men moet bestijgen om toegang te krijgen tot de universiteitsgebouwen. Josephine vertelt dat zij er Portugees heeft gestudeerd na eerst in het dorp talencursussen te hebben gevolgd. Ze vond het een hele belevenis, maar ontdekte dat de hand van Salazar het klimaat op de universiteit heeft veranderd – letterlijk, want om het niet koud te hebben tijdens college hield iedereen zijn jas aan.

We nemen de snelweg tot nabij Nazaré aan de Atlantische Oceaan. De golven zijn hoger dan ten noorden van Porto. Er wordt zelfs hier en daar gesurft. Al hoppend van strandje naar strandje in telkens een ander dorpje zien we dat er ongelooflijk veel nieuwe huizen gebouwd zijn. Het ene nog smaakvoller dan het ander. Strakke architectuur of klassiek. Landelijk met uitbouwtjes, veranda’s, overhangende oranje pannendaken in mediterrane stijl – toch in harmonie met elkaar. Helaas soms echt over de top, met alle elementen in een pand verwerkt en dan ook nog een hek met tierelantijnen om de tuin. Ook veel projecten met appartementen, rijtjes en groepen identieke huizen in pasteltinten of wit. Heel veel te koop, dat weer wel, net als elders. Het meest westelijke puntje van Europa is het schiereiland Peniche, waar land en zee strijden wie de sterkste is. En niet alleen de elementen, maar ook Salazar, die hier tijdens de dictatuur in een voormalig fort zijn beruchte gevangenis had ingericht waar dissidente denkers werden weggestopt. Het is nu museum, maar was gesloten toen wij het zouden bekijken. In plaats daarvan hebben we ons laten imponeren door de uitstekende kliffen en rotspartijen waarop aalscholvers en meeuwen nestelen en vervolgens gesmuld van een lunch van allerlei soorten vis, schaaldieren en kreeft bij Nau dos Corvos, een restaurant dat gebouwd is op het uiterste puntje van West Europa met grandioos uitzicht op de oceaan. Bij een bezoek een San Bernardo, een dorpje dat iets zuidelijke ligt, had ik vermoedelijk op het toilet van een café mijn onmisbare vest laten hangen doordat plotseling het licht uitviel. Omdat we tijdens onze reis het gevoel hadden gekregen dat Portugezen eerlijk zijn en je veilig kunt reizen, gingen we hoopvol terug naar het adres waar het vest moest zijn achtergebleven. Toen ik de café-eigenaar ernaar vroeg, leek zijn Engels ontoereikend, maar een welwillende Amerikaan hielp me. Tja, hij zag kennelijk nog voor zich hoe zijn vrouw had lopen pronken met haar vondst, die nu weer afgestaan moest worden. Hij zou bellen, dus wij aan de bica op het terras. Een kwartiertje later werd mijn vest gebracht; ik weer helemaal blij, maar mevrouw zag er iets minder gelukkig uit toen ze haar vriendin over het verlies van die casaco vertelde…

Witte muren met blauwe en gele randen

Ons volgende logeeradres is Solar Obidos, een plaatje, zowel van binnen als van buiten. Het interieur doet je vermoeden in een 18e eeuws landgoed te zijn beland. Het huidige gebouw is echter uit de 70er jaren van de vorige eeuw, een heruitgave van het verbrande landhuis dat een spoorwegbouwer voor zijn bruid uit Obidos had laten bouwen in de 19e eeuw. Na de brand heeft de familiel uit eigen voorraad de herbouwde villa kunnen inrichten. Zo sliepen we in een royale kamer in een antiek bed met een bijpassende ladekast en dito zwart-wit betegelde badkamer. Helaas wel stoffige gordijnen en slecht sluitende deuren. Het meest uitgebreide ontbijt van onze reis hadden we hier. In een eetkamer die tot in de puntjes verzorgd was, zaten alle gasten rond de ovale dis, waarop alles stond uitgestald – en dus zocht men snel contact met elkaar. Onze gastvrouw kende de omgeving op haar duimpje en zorgde voor  tips op maat voor de avondmaaltijd. Net als Castello Rodrigo – is Obidos een ommuurde stad die strategisch op een berg is gebouwd. Door ons ook wel Obesidos genoemd dankzij een buslading dikke bezoekers die tegelijk met ons dit middeleeuwse stadje bezocht. We hebben, ondanks de vele toeristen (voor het eerst sinds Porto) toch mooie kiekjes kunnen maken van de witte huisjes met blauwe of gele randen. Onze Brusselse disgenoten gaven ons de slimme tip de hoofdstraat  met winkels en dus toeristen te mijden, maar de parallel straatjes op te zoeken.

Nationale gerechten

Over het algemeen zijn maaltijden erg zacht van smaak met beperkt zout en suiker op advies van de overheid. We hebben genoten van allerlei Portugese gerechten, variërend van bica (sterke espresso) met pastéis de nata (heerlijke coupes van bladerdeeg met roompudding en kaneel), caldo verde (groene koolsoep), niet te verwarren met Vinho verde (sprankelend lichte wijn) en andere prima wijnen, port,  bacalhau  (kabeljauw in verschillende uitvoeringen, gedroogd op het strand) romige schapenkaasjes, rauwe ham en droge worst met grof gebakken brood, nespero’s (abrikoosachtige vruchten), superdikke kersen en verse jus van sinaasappels zo van de boom. We staan nu op het punt te vertrekken voor onze maaltijd van vandaag. Dat werd ree met een taartje van aardappelen en wortels in plakjes en room, heerlijk. Aan geit hebben we ons niet gewaagd, maar lam is prima. Toetjes, zoals tiramisu, vruchten met romige saus, pudding of kwark,  staan vaak in een vitrine, zodat je kunt kiezen wat je het lekkerst lijkt.

Royale bouw

Niet alleen Obidos is prachtig, Sintra is nog mooier – het is alsof je terecht komt een sprookjeswereld. De van oorsprong Duitse Ferdinand van Saxen Coburg Gotha trouwde in 1863 met de Portugese koningin Maria Antonia, en werd de artiest-koning genoemd. Hij bouwde namelijk in de romantische stijl het ene na het andere paleis in barok, classicistische of mengelmoes van allerlei stijlen vermengd met Moorse invloeden in Sintra, hoog in de koele, groene bergen net ten noorden van Lissabon. Hier werd de zomer doorgebracht om geen last te hebben van de warme, stoffige zomers in de stad. Wij hebben een dag ervoor uitgetrokken om Sintra te bezoeken, maar hebben slechts twee wondergebouwen bezocht, het Palacio Nationa en de Quinta da Regaleira. We moeten zeker nog eens teruggaan om het unieke kleurrijke Palace de Pena te bewonderen en enkele andere.

Via de kustweg door de chique badplaatsen Cascais en Estoril bereikten we Lissabon, het einde van de reis, letterlijk en figuurlijk. Lissabon is een witte stad, gebouwd op heuvels die prachtige vergezichten opleveren, paleizen, vele kerken, smalle stegen, brede lanen en trottoirs met fantasievolle zwart wit motieven, gevels met mozaïeken, indrukwekkende nieuwbouw in de buitenwijken, en niet te vergeten een kasteel op een berg in de oudste wijk met een waanzinnig mooi uitzicht over de stad en de Taag. De stad ademt een andere sfeer dan Porto. De mensen hebben meer haast, gaan zakelijker gekleed en de prijzen voor eten en drinken een stuk hoger dan in de noordelijker gebieden – ze doen ons aan Nederlands denken, net als de temperaturen. Die zijn nog steeds niet hoog, er is veel wind en nu en dan wat regen. Portugezen verontschuldigen zich ervoor, want het is niet wat men hier gewend is, maar wij vinden het wel aangenaam. Prima om actief te zijn en door de stad te dwalen. Op de laatste dag slaat het weer om!

We verbazen ons erover hoe weinig scheepvaart er is op de Taag, de Douro en op zee – gewend als we zijn aan de Waal en onze kuststreken. Er zijn jachthavens, maar er is slechts nu en dan een jacht op het water. Wel boten voor toeristische tochtjes, variërend van kleine scheepjes en snelle veerboten tot kolossale cruiseschepen. Industriële activiteiten hebben we rond de haven van Leixos ten noorden van Porto gezien, waar Kees in zijn jonge jaren ooit met een kustvaarder was afgemeerd.

Ons hotel, Hotel/Appartementen Baixa Vitoria in de hoofdstad lag weer zeer aangenaam  in de wijk Baixa, het oude hart van de stad met nauwe straten met grote en kleine winkels, restaurantjes, terrasjes, woonhuizen, het Design Museum en kantoren. Het was bij aankomst in Lissabon wat lastig de weg te vinden waaraan het hotel ligt. Het bleek dat je onder een poortje door moest, dat je kon bereiken via het trottoir aan het plein Rossio. Omdat er houten gebouwtjes voor stonden wel lastig te vinden. De straat is wel toegankelijk voor auto’s, al vermoed je dat niet – je kunt de auto uitladen (als je geluk hebt een P te vinden) maar hij kan er niet blijven staan. Daarom hebben we, zoals eerder beschreven,  de auto meteen na het inchecken afgeleverd bij de verhuurder op het vliegveld.

We hebben weer de gebruikelijke busrit gemaakt omdat de loopafstanden groot zijn. In Belem het klooster bezocht dat ter ere van de Portugese ontdekkingsreizigers is opgericht en het monument voor Vasco di Gama en Magelhaen en het museum voor moderne kunst en, in de Baixa het Design Museum. Regelmatig kwamen we schoolklasjes tegen, zich steeds opvallen braaf gedragend, maar nauwelijks andere bezoekers. Op onze laatste dag hebben we met een stralende zon een flinke wandeling langs de Taag gemaakt naar het museum voor oudheden, dat vele kunstschatten herbergt, waaronder opvallend veel oude meesters uit de lage landen, Jan van Eijk, Rubens, Steen, Jeroen Bosch en Holbein. Sloot mooi aan op de onderwerpen die we bij mijn cursus kunstgeschiedenis hadden behandeld voor de vakantie. Maar wie waren de belangrijkste Portugese tijdgenoten van deze schilders?

De terugreis verloopt vlekkeloos en na 18 dagen komt er een eind aan een fantastische reis door een land vol variatie en worden we van Schiphol afgehaald door onze zoon. De volgende dag passen we op zijn dochtertje van 15 maanden, die ons vol trots laat zien hoe snel ze de woonkamer in hun nieuwe huis kan ‘grasmaaien’. Zij zal voortaan schaapjes en sterren kunnen tellen vanonder een dekentje uit de Serra da Estrela, net als haar nichtje en wij van de fado’s die Ardanza ons stuurde. Zo pakken we de draad weer op.

5 juli 2013

K. Kooijman-Wesseling

 
 
Tip een vriend ›