5 weken door Spanje
   

Spanje van noord naar zuid en weer terug

Hans van Lingen verbleef in San Sebastian, Abalos (La Rioja), Oviedo (Asturias), Fresnadillo (Zamora), Salamanca, Trujillo, Sevila, Conil de la Frontera, El Toboso (Castilla la Mancha), Orisoain (Navarra).

5 weken solo door Spanje

Beste Anne, Arco,

Allereerst mijn dank voor je uitmuntende begeleiding en uitvoering van mijn grote rondreis door Spanje. Het is inderdaad mijn droomreis geworden en dat komt voor een groot deel door je inlevingsvermogen om mijn wensen om te zetten in aanbevelingen voor aparte hotelletjes van waaruit ik grote delen van Spanje hebt doorkruist.

San Sebastian en Bilbao

Mijn reis door Spanje begon in San Sebastian. Het hotel ligt in een prachtig buitenwijk, bijna aan de boulevard tegen de Playa de Ondareta en met 15 minuten lopen ben je in het centrum. De stad is prachtig en gelegen aan verschillende baaien, met eilandjes ertussen. Buiten al het bekende moois, is het studentenwijk in het oudste deel een aanrader, evenals het museum San Telmo gehuisvest in een Dominicaner klooster uit 1550. In de bijbehorende kerk hangen enorme panelen geschilderd door de Catalaanse schilder Sert. ’s Nachts is alles feeëriek verlicht

Met storm en regen langs de kustweg door prachtige plaatjes gelegen aan baaien naar Bilbao, natuurlijk voor het Guggenheim Museum. Het gebouw zelf is een architectonische belevenis, maar aan de overkant is het museum voor schone kunsten met een mooie collectie. De stad zelf is trouwens ook interessant, evenals het prachtig vormgegeven enorme winkelcentrum.
Hondarribia is een gezellige havenplaats met honderden jachten in verschillende havens, maar heeft ook een bovenstadje met leuke middeleeuwse straatjes en een paleis uit 1550 van Carlos III.

Abalos – La Rioja

De weg naar het 2e hotel gaat via Vitoria Gasteiz, een stadje met enorme uitbreidingen en een grote arena. In de middeleeuwse binnenstad is natuurlijk een groot vierkant plein waar vroeger de stierengevechten werden gehouden. Elk huisraam heeft een nummer, die werden verhuurd. De kathedraal heeft een gedeelte ingericht als Diocesaan Museum met een magnifieke collectie kerkelijke kunst, naar tijd ingericht te beginnen met 1350. Door een werkelijk schitterend gebied, eerst door bergen met besneeuwde kanten, gevolgd door een hoogvlakte, ontvouwd zich het Rioja-gebied, golvend in allerlei kleuren. Tussen Vitoria Gasteiz, Haro en Logrono ligt het piepkleine ommuurde plaatsje Abolos, waar een auto precies tussen de huizen kan rijden. Op het pleintje ligt het Hotel Villa Abolos, een mooi gerestaureerd oud adellijk paleis, met dikke muren. Het was een feest daar te verblijven. Hartelijke gastheer, mooie ruime kamer, perfect eten van bijzondere plaatselijke gerechten en een wijnkelder om u tegen te zeggen. Hier kom ik zeker terug.

Oviedo – Asturias

En dan naar het derde verblijf via Burgos de provinciale weg op naar Leon (groepen pelgrims onderweg) en vervolgens blijvend op de 120 naar Oviodo dwars door de bergen tussen de sneeuw rijdend tot 1378 m en dan 15 km dalen hetgeen 1 uur duurde, maar mooi dat het was. De totale tocht nam wel 7 uur in beslag. Het hotel Vestusta in Oviodo ligt tegen het centrum aan en de bezienswaardigheden liggen allemaal op loopafstand. Het hotel is prima, maar het verkeer geeft wel wat geluidsoverlast. Vlak achter het hotel is een parkeergarage, met een kaart van het hotel is het een goedkope stalling. Het is een modaine stad met een enorm aanbod van winkels. In de kathedraal begint een trouwmis, zeer chique, met een orkest, koor en solisten die een mis van Mozart uitvoeren en ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om foto’s te maken. Leuk zijn de vele marktjes op pleintjes en in parkjes. Bij het afscheid kreeg ik specialiteiten uit de streek, heel attent.

Bij Zamora – Castilla & León

Op weg naar mijn vierde onderkomen de tolweg genomen naar Leon en daar de oude binnenstad verkent, waaronder natuurlijk de kathedraal, het aartsbisschoppelijk paleis en andere middeleeuwse gebouwen. Via de A12 naar Astorga, een ommuurd stadje met een gotische kerk naast een Romaanse kerk. Daar achter staat het omstreden aartsbisschoppelijk paleis gebouwd door Gaudi. Groots, maar voor Gaudi in een rustige uitvoering. Een bisschop heeft er nooit gewoond. Van daaruit over de N630 naar Zamora, ook een ommuurde oude stad, en via de 527 richting Fermoselle om midden in het dorp Bermillo de Sayago rechts af te slaan naar Fresnadilla, het einddoel van deze dag. Ik dacht echt dat ik aan het eind van de wereld was beland; een piepklein dorpje met een aantal van brokken donkere steen opgetrokken boerderijen, natuurlijk een kerkje en een paar grote huizen. In een ervan is het Casa Rural Los Vettones gevestigd en weer word ik hartelijk ontvangen door de eigenaar, die een aantal routes op een kaart uitzet om het gebied tot in Portugal te verkennen. Het eten is eenvoudig, maar puur en lekker, evenals de wijn. In de gezellige zitkamers en op het buitenterras is het goed toeven. Alleen de kerkklok laat zich horen, naast de vogels en de honderden ooievaars die in dit gebied nestelen en die uit alle macht klepperen. Heerlijk rondgelopen en uren op rotsblokken zitten genieten van de rust, de vogels en de schapen.

Een andere tocht ging naar de binnenlanden van Sayago richting Fermoselle, langs de rivier de Duerto/Douro, het nationaal park door (daar kan ik weken doorbrengen), de grens met Portugal over naar Mirando do Douro, hoog op een berg gelegen met schitterende uitzichten over Spanje. Tussen deze plaats en de grens kan een boottocht gemaakt worden over de Duro binnen het nationaal park en dit is echt een bijzondere belevenis. Daar ook een enorme berguil aan het werk gezien. Er is een uur tijdsverschil! en met een kaart van het hotel krijg je korting. In de omgeving van Fermoselle liggen prachtige merengebieden. Ook hier kom ik terug en dan voor langere tijd.

Trujillo – Extremadura

De tocht naar het vierde hotel ging over de provinciale wegen naar Salamanga, Bejar, Palencia, Caceres, naar Trujillo en daar 10 km richting Guadelupe, bij de afslag Madonera ligt Hotel Vinas de Las Torres, midden in de Sierra de Los Lagaves. Het blijkt een Palazo met een heuse toren, een schitterend terras met klaterende fontein, zwembad en tennisbanen. Het uitzicht is adembenemend, in de verte is Trujillo te zien, hoog op een berg gelegen. De gastheer spreekt Engels en geeft me een rondleiding, na hartelijk te zijn verwelkomt.

Het terras trekt, heb geen zin te dineren en installeer me met boeken, wijn en geitenkaas. ‘s Nachts blijkt de marmeren trap wel een uitdaging te zijn om veilig op mijn kamer te komen. De volgende dag begint in Trujillo de feestweek van de kazen, beroemd in heel Spanje en de gastheer geeft me uitgebreide informatie. Op de markt staat alles in het teken van de kaas, de ene stand oogt nog aantrekkelijker dan de andere. Veel muziek en gezelligheid. Maar ook de bovenstad bezocht, een flinke klim, waar vele kerken ( een met een prachtig retabel), burcht en musea liggen, allemaal oude gebouwen die fraai gerestaureerd zijn. Guadalupe ligt 75 km verder en een mooie tocht voert door de Sierra de Guadalupe, dus van de ene berg naar de andere. Het heeft één immens gebouw, waarin kerk, klooster en kasteel gevestigd zijn. Het klooster is een museum en aan het eind van de rondgang nam in een soort ontvangstruimte met schilderijen uit het oude testament, een kloosterling het over. Na een theatrale monoloog gehouden te hebben, gingen “toneeldeuren” open, werd aan een tableau gedraaid en kwam de Zwarte Madonna van Guadalupe te voorschijn. Dit hotel zal ik zeker nog eens bezoeken.

Sevilla- Andalucia

Alweer naar het vijfde hotel en wel in Sevilla. Richting Bajadoz, Merida verandert het landschap; meer wijnteelt. In Sevilla rij ik volgens de instructies in een keer naar de parkeergarage van Cort Ingles op de Plaza Concordia. Het prettige hotel is gelegen aan een leuk pleintje, tegenover de kerk St. Andres en aan de rand van het oude centrum. In deze kerk vinden veel chique trouwpartijen en muzikale uitvoeringen plaats, dus regelmatig voor niets op de eerste rang gezeten.

Ik heb alle beroemde gebouwen in Sevilla al eens bezocht en hoef dus niet in de lange rijen wachtenden te staan. Loop natuurlijk wel door dit prachtige gedeelte van de stad en ga vervolgens naar het Museum voor Schone Kunsten, dat een mooie collectie van Murillo heeft en een expositie van Doré. Onderweg in een kerk een trouwmis met Andalusische muziek en zang bijgewoond en later een met Russische liederen, vals maar met enorme passie gezongen, beiden heel bijzonder. Op het pleintje voor het hotel is het goed toeven, lekker eten, drinken en mensen kijken tot diep in de nacht. De volgende 2 dagen een boottocht van 1 uur gemaakt vanaf de Plaza de Toros en vervolgens overgestapt op de bus voor een rondtour, op het Expo – terrein de prachtige gebouwen bekeken, evenals op de Plaza Espagna het fantastisch cirkelvormig gebouw, de Spaanse inzending en in Parque Maria Louisa naar de andere, zeer aparte en magnifieke landeninzendingen van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929. Ook eens rustig het Real Alcázar verkent en lange tijd doorgebracht in het enorme exotische tuincomplex.

Costa del la Luz – Andalusia

Besloten om rechtstreeks naar mijn zesde verblijf te gaan, dus richting Cadiz en Malaga naar Conil de la Frontera; een uiterst gezellig stadje, vroeger een heuse vissersplaats waar nog veel Spanjaarden hun vakantie doorbrengen. Langs het zeer brede strand ligt een enorme boulevard, parkeren is geen probleem, waaraan vele (specialiteit vis) eetgelegenheden zijn in alle prijsklassen, evenals trouwens in het oude stadje.

Het hotel aan de rand van het oude stadje, 10 minuten lopen van de boulevard is een goed en fijn hotel. Zeer hartelijke, behulpzame mensen (spreken Duits en Engels) goede kamer met airco en badkamer én een groot dakterras met uitzicht over de Atlantische oceaan. Daar heb ik vele uren doorgebracht op de ligbedden, lezend, glas wijn, sigaartje en genieten. In dit gebied waait meestal een stevige wind die overdag weldadig is, maar in de avond voor flinke verkoeling zorgt. Let op verbranden. Tijdens het ontbijt op de eerste ochtend, komen drie medewerkers van het hotel zingend op mij af met bloemen en een flesje champagne, zij hebben bij de inschrijving gezien dat ik jarig ben. Ontroerend attent. Grote strandwandeling gemaakt en gezeten op de rotsblokken genieten van het donderend geweld van de oceaan.

Dit is een goed uitgangspunt om de hele streek te verkennen, te beginnen met Jerez de La Frontera en eerst natuurlijk naar de Spaanse Rijschool, de middagtraining bijgewoond, de stallen en het rijtuigmuseum bezocht. Daarna naar “de week van de paarden”, een feest voor paardenliefhebbers, waar hele families te paard komen paraderen, alles en iedereen opgetuigd in vrolijke kleuren. Langs het paradeterrein in de vorm van een kruis staan feesttenten opgesteld waar gegeten en gedronken kan worden, elk met een terrasje.

Cadiz is op zondag ideaal om te bezoeken. De weg naar het centrum voert over een brede, zeer lange weg en des te dichter je het centrum nadert, zie je tussen de flatgebouwen door zandstrandjes bevolkt met mensen uit de omgeving. De grote kathedraal met ervoor het fraaie plein is een ideaal uitgangpunt om het oude centrum te verkennen. Hiervandaan richting citadel lopen door de straatjes en steegjes is een belevenis, vooral als je dan voor een barretje aan dat ene tafeltje plaats neemt en de heerlijkste visschotels voorgezet krijgt. Aan het eind ligt Cadiz op een soort landtong met in de oceaan een kasteel/fortificatie. Aan de zijkant ligt de cruisehaven, met ook hier weer prachtige lanen en gebouwen.

Tarifa is nog een echt visserplaatje, waar de haven vol kleine visserboten liggen, al meert hier ook de ferry-yet naar Tanger aan (35 min.) Een leuk stadje zowel het oude als het nieuwe gedeelte. Het hotel heeft een plaats gereserveerd voor een boottocht op de oceaan, om met een bioloog aan boord op zoek te gaan naar allerlei soorten dolfijnen, die daar op bepaalde tijden op bepaalde plaatsen verblijven. Tot op het laatste moment was het onzeker of de tocht doorging, de schipper vond het weer te onbestendig.

Om 17.00 uur vertrokken we toch, met zwemvesten aan, met zeer hoge snelheid in een verrekt kleine boot om na drie kwartier de eerste school dolfijnen te zien, een groot soort met platte snuiten, die spelend om de boot zwemmen. Ik vind het een belevenis. Daarna zoekt de schipper een andere plaats op en daar vinden we “onze” dolfijnen met spitse snuit, die al spelend ons kleddernat spatten, duidelijk met ons “communiceren” en we hebben allemaal tranen in onze ogen van dit grootse gebeuren. Ga ik zeker nog eens doen.

Dit prettige hotel is een ideaal uitgangpunt om het zuiden van Spanje te verkennen, maar ook om te luieren, dus ik kom hier zeker voor langere tijd terug. Dan is het tijd om naar het zevende hotel te vertrekken, een flinke reis via Granada en Jaen richting Madrid, bij de afslag Puerto Lapce de 420 op richting Alcazar de San Juan, de 310 richting Quinsana de la Orden tot de afslag El Toboso. Het laatste stuk van de reis is heel vlak, alleen de wijnstokken geven wat kleur aan het geheel en natuurlijk de vele typische Spaanse windmolens, het is dan ook het gebied van la Mancha.

El Toboso – Castilla la Mancha

De plaats El Toboso stelt niet veel voor, maar ik logeer in het Casa de la Toro en dat is het huis waar Dulcinea heeft gewoond. Het zijn eigenlijk twee huizen achter elkaar, met een open en een gesloten patio. De gastvrouw is bijzonder hartelijk en leid mij rond door het huis dat eigenlijk een Don Quichote museum is, vol met boeken, schilderijen en antiek. Ook zij heeft weer twee routes in de omgeving uitgestippeld, maar eerst eten in La Noria de Dulcinea, een typisch restaurant voor grote groepen, maar met een voortreffelijke keuken en natuurlijk idem dito wijn. De volgende dag blijkt de gastvrouw een groep mensen van het genootschap van Don Quichote op bezoek te hebben en vraagt of ik ook blijf eten, wel aan een apart tafeltje. Het is een gedenkwaardige avond geworden, waar zij tussen de gangen door korte lezingen hield, waar ik niets van begreep. Het eten was voortreffelijk en de wijnflessen bleven aangesleept worden. Met een oorkonde op zak werd de avond/nacht besloten.

Orisoain – Navarra

En dan op naar het achtste en laatst hotel van deze reis. Tot Madrid geen probleem, maar de normale afslag naar Zaragoza is wegens werkzaamheden niet bereikbaar en dan rij je in zes banen met erg veel verkeer. Uiteindelijk zie ik een afslag naar het vliegveld en weet dat ik daar langs moet en het lukt. ( kostte meer dan 1 uur) Via Soria en Tudela, hier de provinciale weg naar Pamplona nemen, de tolweg heeft geen afslag, tot Barasoain en dan richting Leoz. Over een slingerende weg door een glooiend schitterend landschap verschijnt op een heuveltop het piepkleine dorpje Orisoain. Bovengekomen direct rechtsaf en dan links voor het dorpshuis langs en daar ligt het kerkpleintje met kerk, burcht en toren. In de laatste twee is het hotel Palacio de Orisoain gevestigd. Ik heb een leuke eenvoudige kamer met antieke art nouveau-meubels ingericht en badkamer, twee lange ramen tussen dikke muren. Achter het huis ligt een flinke aflopende tuin met zitbanken, waar het heerlijk toeven is, alleen de geluiden van vogels en schapen te horen zijn en het uitzicht is fantastisch. De gastheer heeft mij belangstellend rond de Romaanse kerk zien lopen en blijkt de sleutel ervan te hebben. Hij haalt een aantal luiken in de kerkvloer weg en er verschijnt een uitgesleten stenen trap die naar een kleine crypte voert. De tijd staat even stil, minstens 6 eeuwen geleden werd hier al gebeden. In de kerk echter ontdek ik een enorm altaar met prachtige originele beelden, gedateerd 1570; Retablo a San Martin, en een kruisbeeld uit begin 1600. Later blijkt de gastheer ook in Romaanse en gotische architectuur en kunst geïnteresseerd te zijn en ondanks de taalbarrière lukt het ons aardig om gegevens uit te wisselen en krijg ik weer routes uitgestippeld.

Het is Pinksteren en om 13.00 uur vertrekt een groepje mensen al zingend uit het dorp naar een Eremitas 6 km verderop, terwijl de klokken van de kerk in een speciaal ritme worden geluid, kleine klok permanent en met de hand wordt de klepel tegen de grote klok geslagen. Zeker een half uur is het ontroerende gezang nog te horen.
Pamplona is duidelijk een rijke stad geweest, waar hard gewerkt wordt om de oude grandeur terug te brengen. De Calle Carlos III is het centrum met aan de ene kant het Paleis (nu museum) en aan de andere kant het prachtige stadhuis aan een enorm plein met arcades, vol met terrassen. Er tegenaan ligt het jodenwijk, smalle straatjes vol winkeltjes, barretjes en restaurantjes en daar heb ik de heerlijkste tapas gegeten. Op het hoogste gedeelte van de stad waar een verdedigingsmuur om ligt, krijg je een goed overzicht van de stad en zie je een mooie onderlangs lopende rivier. De kathedraal en het er naast liggend museum zijn gesloten, maar ook die buurt is zeker het doorlopen waard.

De laatste dag van de rondreis is aangebroken en ik wil nog een aantal plaatsen bezoeken, dus op weg richting Leoz en via Aibar naar Sangüesa, waar twee mooie kerken zijn, naar Monasterio de la Oliva (gesloten) Door bergplaatsjes en prachtige landschappen arriveer ik in Olite. Buiten het stadje ligt een enorm kasteel, gedeeltelijk een ruïne, maar verschillende delen kunnen bezocht worden. Prachtig versierde en geschilderde trappen voeren naar gaanderijen en enorme zalen met prachtige plafonds, in de hoektorentjes voeren stenen wenteltrappen naar de volgende verdiepingen. Veel is vervallen, maar je kunt het vakwerk nog zien. Uiteindelijk naar Puenta la Reina, een mooi stadje met drie Romaanse kerken en verzamelpunt voor de pelgrims.

Einde van een fantastische rondreis. Tijdens het uitwerken van dit verslag kruis ik op de landkaart van Spanje alweer plaatsen en streken voor de volgende rondreis aan, dus Ardanza ik kom eerdaags weer langs.

Enige algemene opmerkingen:

Alle wegen in Spanje tot in de kleinste uithoeken zijn zeer goed te berijden, de tolwegen zijn goedkoop en hebben weinig verkeer en de bewegwijzering is perfect. Alle plaatsen in Spanje, tot in de kleinste dorpjes, worden uiterst goed verlicht. Over het algemeen spreken alleen de jonge mensen een buitenlandse taal redelijk.

Hans van Lingen
De Bilt

 
 
 

Tip een vriend